Duurzaamheid

Het zoeken en toepassen van duurzame aspecten in de ontwikkeling van bouwopgaven -van ontwerp tot en met realisatie- is voor vele betrokkenen inmiddels een vanzelfspekendheid geworden. De partners in het proces moeten daarbij de gezamenlijke doelstelling hebben om voor de opgave de meest optimale duurzame resultaten te bereiken, liefst zelfs de aanvankelijke ambities te overtreffen.

Techniek en creativiteit in de breedste zin moeten op synergetische wijze samenkomen in één krachtig, effectief en daarmee duurzaam ontwerp. Ten opzichte van het omgaan met de verschillende definities, invalshoeken en oplossingsrichtingen voor duurzaamheid is een open houding en goede communicatie de sleutel: eerlijkheid duurt het langst.

Duurzaamheid als meetbaar begrip

Duurzaam bouwen wordt vaak gemeten aan twee grootheden: het energieverbruik en het materiaalgebruik. Voor beide zijn in de loop der jaren uitgebreide lijsten opgesteld, waaruit getallen gedestilleerd kunnen worden die de duurzaamheid van het gebouw tot uitdrukking zouden brengen.

De Energie Prestatie Norm is het meest "wetenschappelijke" meetinstrument. Het levert immers middels aantoonbare getallen (de isolatiewaarde, het aantal vierkante meters daglichtopeningen, de meterstanden in het gebouw) een onbetwistbaar en eenduidige waarde op.

Ook voor het materiaalgebruik zijn tamelijk eenduidige getallen opgesteld, hoewel deze minder vaststaan dan bijvoorbeeld de capaciteit van de ventilatievoorziening die van belang is voor de EPC. Wat het ene jaar gezien wordt als een uiterst duurzaam en dus aan te bevelen materiaal kan bij nadere analyse, waarbij bijvoorbeeld de transportkosten en de hoeveelheid energie die nodig is voor de productie meegewogen worden, na enige jaren dalen op de ladder van de duurzaamheid.

Het is verleidelijk om duurzaam ontwerpen gelijk te stellen aan het behalen van een zo goed mogelijke score in de vakken "energieverbruik" en "materiaalkeuze". Deze opvatting van "duurzaam" vinden wij niet goed genoeg.

Sterker; het van overheidswege, zonder nadenken, aanscherpen van bijvoorbeeld de EPC norm kan wel eens van negatieve invloed zijn op de duurzaamheid van een gebouw. Het levert letterlijk en figuurlijk gesloten gebouwen op met te weinig ventilatie en te weinig daglicht. Lelijke gebouwen die weinig interactie vertonen met hun omgeving en snel hun waarde zullen verliezen.

Duurzaamheid als concept

Ons inziens wordt met een te enge benadering van duurzaam bouwen voorbijgegaan aan twee andere factoren die weliswaar minder concreet zijn, maar die van een grotere invloed kunnen zijn op de uiteindelijke duurzaamheid van het gebouw. Allereerst het menselijk welbevinden in en om het gebouw en als tweede de waardevastheid van het gebouw. Simpel gezegd: de gebruiker moet zich er goed in (blijven) voelen en er goed in (blijven) kunnen functioneren.

  • Gebouw en omgeving

Daarmee moet het ontwerp in een bredere context geplaatst worden. Een gebouw is niet een omgevingsvreemd object, maar is een onderdeel van de omgeving, zo goed als ook de omgeving onderdeel uit maakt van het gebouw. In het ontwerpproces dient niet alleen het gebouw vormgegeven te worden, maar ook de omgeving.

Door gebruik te maken van de van nature op de locatie aanwezige factoren; daglicht, lucht, zon, ruimte en natuur ontstaat verwevenheid van het gebouw met de omgeving. Niet alleen levert dit voor de gebruiker een aangename leef- of werkomgeving op, maar andersom kan de omgeving profiteren van de aanwezigheid van het gebouw. Enerzijds letterlijk, doordat bijvoorbeeld nieuwe micro-milieus met een eigen biodiversiteit ontstaan als meer abstract, doordat het gebouw betekenis krijgt die verder reikt dan de grenzen van het bouwwerk zelf.

  • Waardevastheid

Duurzaamheid heeft betrekking op de totale levenscyclus van gebouwen; van ontwikkeling tot sloop. Met name in onderwijsgebouwen voor nu en de toekomst vormen flexibiliteit en hergebruik belangrijke aspecten. Het betreft immers een categorie functies die aan soms turbulente ontwikkelingen onderhevig is en naar alle waarschijnlijkheid zal blijven. Flexibiliteit biedt in de toekomst garantie voor aanpassingen aan veranderende onderwijsopvattingen. Een flexibel ontwerp groeit mee met de ontwikkelingen en blijft daarmee zijn waarde en duurzaamheid behouden. Deze denkwijze komt naar voren in de vele aspecten die het ontwerppproces omvatten; van ruimtelijke en functionele opzet tot constructiewijze en installatieontwerp.

In Brede school Breeduit bijvoorbeeld hebben we een flexibel ruimtelijk concept toegepast, met multifunctionele kabinetten tussen de verschillende leslokalen, die kunnen dienen als kantoor, onderwijsfunctie of berging. Enkele kabinetten hebben een vaste inrichting als keuken of sanitaire ruimte. Op deze manier kunnen de clusters van lokalen gemakkelijk wisselen van functie.

  • Klimaat

Ook een gezond binnenklimaat draagt bij aan de effectiviteit van het onderwijs en daarmee het gebouw. Zo is Brede School Nesselande in Rotterdam uitgerust met een gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning, lage temperatuurverwarming en zonwerende HR++ beglazing. In het voorbeeld van de Brede School Breeduit in Bussum hebben we het zogenaamde Climarad-systeem toegepast. Dit is een CO2-gestuurde combinatie van verwarming en ventilatie. Het systeem draagt automatisch zorg voor een gezond binnenklimaat en voldoet aan de hoge eisen gesteld door het VROM-project voor Frisse Scholen.

  • Energie

Het toekomstige energieverbruik wordt al in een vroeg stadium meegenomen in onze ontwerpkeuzen. In de praktijk komt dit neer op een bepaling van het ontwerp, waarin onder andere de positionering van ramen en de opbouw van de gebouwschil worden geoptimaliseerd. Vervolgens wordt er gekeken naar de installatie-technische mogelijkheden op het gebied van zogenaamde alternatieve energiesystemen, zoals warmteterugwinning, warmte-koude-opslag (WKO), zonne-energie, betonkernactivering en zuinige verlichting.

In opdracht van de Kees Boekeschool heeft het NIBE (Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie) een milieubeoordeling gemaakt van de nieuwbouwplannen. Uit een berekening met het programma GreenCalc werd aangetoond dat de prioriteiten lagen bij het zo laag mogelijk houden van het energieverbruik. Naast energiebesparende maatregelen als warmtepompen, HR ++ beglazing en HF-verlichting hebben we , voor een goede isolatie delen van het gebouw ingepakt in taluds.

Conclusie

De kracht van duurzaam bouwen zit hem vooral in de breedte ervan. Alleen als de aspecten die van invloed zijn op de duurzaamheid van het gebouw bekeken worden in een breder, hun eigen grenzen overschrijdend perspectief is sprake van een werkelijk duurzaam, een intelligent en waardevast gebouw.